Tennis Toss voor dummy’s

Als Nederlandstalige tennisliefhebber of -belangstellende op Gran Canaria kan je te maken krijgen met het fenomeen “tennistoss”. De tennistoss is een activiteit (ook wel “club” genoemd) die gedurende het (winter)seizoen wekelijks – op zaterdagmiddag – onder de paraplu van de NVGC wordt georganiseerd.

Maar wat houdt die tennistoss nu eigenlijk in? Menigeen kent de – van oorsprong Engelse – term toss in de betekenis van “het werpen van een muntstuk om uit te maken wie begint of in welke richting men zal spelen” (met dank aan de dikke Van Dale). Een Nederlands synoniem hiervan is opgooi. Het van toss afgeleide werkwoord tossen betekent dan niets anders dan “de toss doen”.

Bij officiële tenniswedstrijden (bijvoorbeeld de wedstrijden die op televisie worden uitgezonden) zie je doorgaans hoe de toss in bovenstaande betekenis door de scheidsrechter wordt uitgevoerd. Op amateurtoernooien en in competitieverband wordt (althans in Nederland) de toss door de spelers zelf beslist door een draai aan een racket te geven (op de grond of in de hand). “Kruis” en “munt” worden dan vervangen door bepaalde tekentjes aan de onderkant van het handvat.

Los van dit alles, heeft het woord toss op Nederlandse tennisclubs in de loop der tijd een tweede betekenis gekregen, nl. “een min of meer informele bijeenkomst van leden om in clubverband met gelijkgestemden een potje (of enkele potjes) te tennissen”. Meestal is iedereen welkom, d.w.z. van (zeer) ervaren tot betrekkelijk onervaren spelers m/v. De bedoeling van de toss is een gelegenheid te scheppen om in een sportieve en gezellige sfeer andere clubleden te ontmoeten. De indeling geschiedt via het zogenaamde “racket trekken” (een soort loterij waarbij iedereen in principe met en tegen elkaar op de baan kan komen te staan) of door het – veelal op speelsterkte – paarsgewijs combineren van spelers op een speciaal daarvoor ontworpen tossbord. In dit laatste geval overhandigt elke speler zijn of haar lidmaatschapskaart aan de “tossboss”, die vervolgens de viertallen (er worden meestal dubbelpartijen gespeeld) voor elke ronde naar eigen inzicht samenstelt.

Hoe zit dat nu op Gran Canaria bij de NVGC-tennistoss? Om alles in goede banen te leiden, beschikt die over een indeelster – de onvolprezen Monique Hoogenhuizen – die een of twee dagen van tevoren een hoogst doelmatige en doeltreffende indeling maakt, zo veel mogelijk rekening houdend met allerlei variabelen: speelervaring, speelsterkte, fitheid, terugkeer na (of gevoeligheid voor) blessures, beschikbaarheid (er worden in de regel vier rondjes van 30 minuten gespeeld, maar niet iedereen wil of kan vier rondjes achter elkaar spelen), overige persoonlijke situaties en individuele wensen en voorkeuren: een heikele kwestie, want de indeling is in principe neutraal. Monique kent natuurlijk haar pappenheimers (lees: de “vaste” deelnemers c.q. overwinteraars), maar heeft ook regelmatig te maken met eendagsvliegen (losse vakantiegangers en bezoekende vrienden, kennissen, familieleden en tennismaatjes van clubleden) van wie vaak moeilijk is in te schatten hoe goed die spelen en welke houding zij op de baan en na de toss zullen aannemen. Want ook de NVGC-tennistoss is vooral een ontmoetingsplek, een gelegenheid om met andere Nederlandstaligen in de (meestal) zonovergoten buitenlucht sportief bezig te zijn en na afloop een glas te heffen en een praatje te maken. Uiteraard genieten vooral de wat betere spelers het meest van de potjes waar ze lekker tekeer kunnen gaan (in sportieve zin dan) tegen spelers die de nodige weerstand bieden, maar ook zij krijgen weleens mindere goden als partner of tegenstander toebedeeld. De kunst is dan om gezellig en vriendelijk te blijven, de bal in ’t spel te houden, iedereen in zijn waarde te laten, er niet domweg op los te rammen. Dat blijkt keer op keer voor sommigen een uitdaging!

Scroll naar boven